U bent hier

Hoe feedback geven?

1. Bepaal vooraf wat je doelstelling is als je feedback geeft. Ze benoemen kan helpen om de ander inzicht te geven in waarom het voor jou belangrijk is om deze feedback te geven.

2. Maak er zoveel mogelijk een dialoog van waarbij je de ander de kans geeft om te reageren.

3. Benoem je waarneming van de feiten: 'Ik stel vast dat/Mijn indruk van de realiteit is dat...'. Hier kan je direct checken of de ander jouw waarneming deelt.

4. Zeg wat dit met jou, het team, de klant of anderen doet. 'Ik vind dat niet aangenaam want we hadden het anders afgesproken'.

5. Druk je behoefte uit. Hierover kan je in dialoog gaan. 'Ik zou het fijn vinden als...'

6. Formuleer een verzoek en spreek af welke actie wordt ondernomen. 'Kunnen we afspreken dat...'


Voorbeeld

Een opvoeder maakt zich druk omwille van het feit dat een collega de afwas niet heeft gedaan. Hij verheft zijn stem waar bewoners bij zijn. Zij reageren angstig en worden onrustig.

Hoe kan je hierop als leidinggevende reageren?

  • 'Ik vind het belangrijk dat onze bewoners hier rust vinden en niet onnodig angstig worden.'
  • 'Ik heb gemerkt dat jij je kwaad hebt gemaakt en je stem verheven hebt tegen Jan gisterenmiddag. Ik heb ook gezien dat enkele bewoners, Ann en Riet, daar erg angstig van werden en anderen, zoals Evert en Mien, onrustig. Heb je dat ook gemerkt?'
  • 'Ik vind het niet fijn als jij je kwaad maakt waar bewoners bij zijn want dat veroorzaakt onnodige onrust. Ik zou dat in de toekomst willen vermijden.'
  • 'Kunnen we afspreken dat jij je collega op een rustige manier feedback geeft, liefst niet in de leefgroep? Misschien is het ook een goed idee dat je even buiten gaat als je merkt dat je boos wordt. Wat denk je?'