U bent hier

De drie rollen van de leidinggevende: coachen, managen en leiden

De drie belangrijkste rollen van een leidinggevende zijn coachen, managen en leiden. Idealiter ontwikkelt een leidinggevende alle drie de rollen en zet ze flexibel in naargelang de taak of situatie. 

Als coach haal je het beste uit je medewerkers, als manager stuur je aan en beheer je de middelen, als leider kijk je vooruit en inspireer je. Afhankelijk van je plaats in de organisatiestructuur en van de organisatiecultuur, zal de ene rol meer doorwegen dan de andere. Om een organisatie of team succesvol te leiden, zijn de drie rollen echter noodzakelijk.

De kunst om af te wisselen tussen deze rollen en de rol toe te passen die past bij de uitdaging of situatie die zich aandient, dat is goed leiderschap. Naargelang de uitdaging, taak, de medewerker of het team kiest de leidinggevende om een bepaalde rol meer dan een andere in te zetten.

Coachen

Als coachend leidinggevende schep je een klimaat waarin mensen hun competenties en talenten kunnen ontplooien. De coachende leidinggevende begeleidt medewerkers om hun ambities en passies te verbinden met de organisatiebehoeften. Hij of zij stimuleert medewerkers om zich verder te ontwikkelen en geeft feedback aan het team en het individu.

Managen

Managen gaat over het efficiënt beheren en beheersen van mensen en middelen om de vooropgestelde doelen te bereiken. Een manager delegeert verantwoordelijkheden tot op het laagste niveau. Vanuit een managementrol beoordeel je objectief prestaties van medewerkers via een prestatiemanagementsysteem.

Lou van Beirendonck spreekt in ‘Iedereen content’ van paars management. Blauw staat voor de ‘hardere’ benadering via competentiemanagement, opvolgen van doelen en controle. De verwachtingen van anderen (de organisatie of leidinggevenden) staan hier voorop. De rode benadering staat voor het identificeren en ontwikkelen van talenten van medewerkers, voor het scheppen van een leerklimaat, het stimuleren van initiatief.

Leiden

Leiderschap wordt geassocieerd met visie en het bepalen van richting. De blik van de leider is gericht op de toekomst. Beslissingen die nu genomen worden, staan in dienst van een hoger (maatschappelijk) belang. Af en toe neemt een leider daarom moedige beslissingen die niet iedereen bijtreedt.

Leiding geven