U bent hier

Wingerdbloei kruipt in huid van vluchtelingen

Een organisatie uit de Bijzondere Jeugdzorg die minderjarige vluchtelingen gaat begeleiden: hoe doet ze dat? Ze brengt kleur in haar witte team door mensen met een migratieachtergrond aan te werven. Want lijk je zelf op je doelgroep, dan volgt inleving als vanzelf. Al liep het bij Wingerdbloei nu ook niet zó eenvoudig.

kameleon 2_0.jpg

Niet eens zo lang geleden deed de Vlaamse Gemeenschap een oproep naar organisaties om de opvang van vluchtelingen mee in handen te nemen. Dat kon Wingerdbloei uit Deurne wel aanspreken. Dit begeleidingscentrum binnen de Bijzondere Jeugdbijstand had wel kaas gegeten van jongerenwelzijn. Het was in zijn twintigjarig bestaan uitgegroeid tot een vzw met 120 medewerkers. “We zorgen ervoor dat jongeren in moeilijke leefsituaties weer de kracht en het vertrouwen vinden om terug thuis te gaan wonen of om op eigen benen te gaan staan”, legt directeur Jan Bots uit. “Dus wilden we ook onze verantwoordelijkheid opnemen in de opvang van vluchtelingen.”

Cultureel verbinden

Zo gezegd, zo gedaan. Wingerdbloei kreeg de vraag om in 8 plaatsen te voorzien voor niet-begeleide minderjarige vluchtelingen en schoot in actie. Met als eerste stap: kleur brengen in de eigen organisatie. “Ik ben ervan overtuigd dat als je met deze doelgroep moet werken, je ook zelf personeel moet hebben dat cultureel verbonden is met deze vluchtelingen”, stelt Jan Bots. “Ik heb het nu niet over hokjesdenken, maar Belgen met een migratieachtergrond kunnen zich vaak makkelijker in de belevingswereld van een vluchteling verplaatsen. We gingen daarom eerst op zoek naar Belgische moslims.”

Wingerdbloei startte een selectieprocedure via de VDAB en kreeg enorm veel reacties. Daaruit werden 30 mensen geselecteerd, waarvan 25 met een migratieachtergrond. De verdere selectiemethode mag je gerust verrassend noemen, weet Jan Bots: “We hielden een speeddating tussen staf en kandidaten. Elke kandidaat heeft met 5 stafleden telkens vijf minuten gesproken. De vraag voor de stafleden was eenvoudig: zou je met deze persoon willen werken in je team? De stafleden moesten ook een score van 0 tot 10 geven voor elke kandidaat. Dat leidde tot een selectie van 12 personen waarna in een tweede, diepgaand gesprek 6 personen overbleven die als begeleider aan de slag gingen.”

Dat speeddaten heeft duidelijk voordelen. Het zorgt voor beoordelingen door een breder team en tegelijk krijgen de kandidaten zelf een beeld van de werking. “Het zorgde ook meteen voor een band tussen de zes begeleiders, ze hadden samen al een proces doorlopen en elkaar ontmoet”, stelde Jan Bots vast.

Verschillen binnen de verschillen

Een migratieachtergrond hebben is niet voldoende om elke vluchteling zomaar te begrijpen of te begeleiden. Dat bleek al snel bij Wingerdbloei. “Onze eerste drie jongeren in dit project waren Albanese tieners. Zij spraken al goed Nederlands, ze waren hier al een tijdje. Daar lag het probleem niet. We werden intern wel geconfronteerd met een gebrek aan kennis over dat herkomstland. Gelukkig hadden we op dat moment een Albanese vrijwilligster die ons uit de nood kon helpen”, weet Jan Bots nog. “De volgende jongeren kwamen uit Irak, Syrië en Afghanistan, spraken bijna geen Nederlands en slechts een beetje Engels. We beseften dat we op zoek moesten gaan naar medewerkers die effectief uit die landen komen – mensen die mogelijk zelf vluchteling waren geweest.”

Wingerdbloei wierf twee mensen aan, in een IBO-contract. Eén van hen was Sima, een Afghaanse met een masterdiploma Chemie. Sima werkte in een vrouwenvluchthuis in Kaboel en moest vluchten toen zij bedreigt werd omwille van dit werk. Zo kwam ze in België terecht. “We hebben haar opgeleid tot huishoudster in een leefgroep, dat is een sleutelpositie in het begeleidingswerk van jongeren. We kregen daarbij de hele tijd de steun van de VDAB, die een opleidingsplan opstelde”, licht Jan Bots toe. “Sima spreekt vier Afghaanse talen en zit nu in een afdeling met Afghaanse jongeren. Zo iemand is goud waard. Ze is verstandig, ze kan koken, ze zorgt voor het huishouden, organiseert dingen en praat met de jongeren of treedt als tolk of vertaler op. Haar Nederlands gaat er ook enorm op vooruit, ze is gelukkig in haar job.”

Het rendement van stages

Het doel van dit project is voor Jan Bots tweeledig. “We willen de integratie van vluchtelingen in de maatschappij bevorderen en tegelijk onze eigen werking versterken met mensen van een andere afkomst. De wereld wordt steeds meer divers, dus als wij over tien jaar nog een sterke organisatie willen zijn, zullen we nu moeten beginnen handelen.

Concreet gaat Wingerdbloei tewerk via betaalde stageplaatsen (BIO) voor mensen van een andere origine. BIO verschaft een wettelijk kader om een kandidaat op vrijwillige basis stage te laten lopen in een onderneming. Een BIO is geen arbeidsovereenkomst, maar een opleidingscontract waarbij er vaardigheden en competenties aangeleerd worden op de werkvloer. Tijdens de BIO betaal je geen loon of RSZ, enkel een stagevergoeding voor elke gepresteerde arbeidsdag. De stagevergoeding is onderhevig aan bedrijfsvoorheffing. Aan het einde van de overeenkomst ben je als werkgever niet verplicht om de stagiair in dienst te nemen.

Het project bij Wingerdbloei gaat bij voorkeur om vluchtelingen en die zijn bijzonder gemotiveerd. “De buitenwereld vergeet wel eens dat deze mensen echt een nieuw leven willen uitbouwen en hun job dus zeer ernstig nemen”, zegt Jan Bots. Hij ziet wel heil in de vrijblijvende verhouding die komt kijken bij een BIO-contract. Het gaat in grote mate om een verkenning voor beide partijen met een wat onbekende wereld, dus is het handig even te kunnen aftoetsen hoe de dingen lopen. “De mensen waarmee we goed kunnen samenwerken, groeien dan door naar een vaste functie. Degenen waarmee we niet verder kunnen of willen, hebben toch alvast in een organisatie kunnen werken, een manier van werken aangeleerd en op de werkvloer Nederlands geleerd.”

Wingerdbloei wordt er ook zelf rijker van: “We implementeren kleur in onze witte organisatie, leren medewerkers omgaan met mensen van een andere afkomst en hebben extra mensen in dienst.” Ook in letterlijke zin leveren de stageplaatsen winst op: Wingerdbloei kan voor de prijs van één VTE vijf BIO-stagiairs inschakelen. “Het is ons wel niet te doen om goedkope tewerkstelling”, benadrukt Jan Bots. “We zien die BIO-stages als kansen voor starters of nieuwkomers en voorzien in de nodige opleiding. De VDAB is daarin een goede partner. Hij nam de selectie van kandidaten op en zorgde voor een goede match. We zijn heel tevreden met de manier waarop het allemaal gelopen is.”

Eerst in eigen boezem kijken

Bij de inschakeling van vluchtelingen in je team stoot je onvermijdelijk op wat hindernissen en het aspect taal is er daar één van. Jan Bots heeft zo zijn manier om daar naar te kijken: “Je moet er als leidinggevende of medewerker van uitgaan dat je het niet goed hebt uitgelegd als de vluchteling-stagiair het niet meteen begrepen heeft, in plaats van het probleem eenzijdig bij hem of haar te leggen. Zo maak je verbinding met elkaar, je moet zelf ook de beweging maken.”

“Wel is het zo dat we allemaal mensen zijn met onze kleine kantjes. Een BIO-stagiair doet wel eens alsof hij of zij je niet begrepen heeft, gewoon om iets niet te moeten doen. Hij verschuilt zich wel eens achter de taal. Daar moet je op letten, maar in een persoonsgerichte aanpak geraak je dat euvel wel voorbij.”

Jan Bots heeft nog een tip voor werkgevers: “Heb je een slechte ervaring met een medewerker, wie dan ook, kijk dan eerst naar wat je zelf anders had kunnen doen, hoe je dit had kunnen voorkomen. We denken soms te snel dat de fout bij de medewerker ligt.” Waarvan akte.